Cardioloog Paul Westendorp gaat met pensioen

Ruim 30 jaar werkte cardioloog Paul Westendorp in het Beatrixziekenhuis. Op 30 augustus gaat hij met pensioen. Hij zal het contact met zijn patiënten, die hij al 30 jaar volgt, zeker gaan missen, maar of hij zijn witte jas voorgoed uittrekt, is nog onduidelijk. ‘Of ik daar echt klaar voor ben, is een vraag waar ik nog geen kant-en-klaar antwoord op heb. Hoe dan ook, ik moet bezig blijven. Dat zit nou eenmaal in mijn aard.’

Hoe het begon
De carrière van Paul Westendorp begon in het UMC in Utrecht, waar hij werd opgeleid tot cardioloog. Piet van Rossum, inmiddels een oud-collega, vroeg Paul als beginnend cardioloog in 1988 om naar het Beatrixziekenhuis in Gorinchem te komen. ‘Piet en ik waren de eerste twee cardiologen. We hoorden bij de vakgroep interne geneeskunde. Ik vond het een uitdaging om de cardiologische zorg mede vorm te gaan geven. Het was pionieren. De eerste jaren waren keihard werken en zwaar. We beschikten over een ECG. Van alle apparatuur waar ik nu mee werk, konden we toen alleen maar dromen. Voor de patiënten die met een hartinfarct binnen kwamen, waren de overlevingskansen niet te vergelijken met de huidige. Overlijdens kwamen voor. Als mensen herstelden, lagen zij weken in het ziekenhuis en gingen met grote beperkingen de deur uit. Nu sterft twee procent en gaat negentig procent binnen vijf dagen met een uitstekende prognose weg.’

Cardiologie en patiëntencontact
Samen met zijn collega’s van de vakgroep cardiologie voert Paul het vak in de volle breedte uit. Iedere cardioloog heeft speciale aandachtsgebieden en die van Paul zijn hartfalen, ritmestoornissen en pacemakertechnologie. ‘Ik vind het geweldig hoe ik het vakgebied in de afgelopen ruim 30 jaar heb zien groeien tot een volwaardig medisch specialisme. Ik heb altijd met veel plezier mijn werk gedaan. Cardiologie is een prachtig vak. Ik hou van de actie, het directe handelen en het langdurige contact met patiënten.’
Paul staat bekend bij patiënten om zijn oprechte aandacht voor de mens achter de patiënt. ‘Verder kijken en vragen naar alleen de klachten. Het gesprek, de interesse, daar gaat het om.’

Optrekken met huisartsen
In zijn loopbaan had Paul vele en intensieve contacten buiten het ziekenhuis met de verwijzende huisartsen. ‘Het Beatrixziekenhuis is een streekziekenhuis, dat sterk is in excellente basiszorg. Nieuwe spelers, zoals zelfstandige behandelcentra, overspoelen al jaren ‘de zorgmarkt’ en zetten in op de snelle behandeling van veelvoorkomende cardiale aandoeningen. Een nauwe en goede samenwerking met verwijzend huisartsen is niet alleen daarom cruciaal voor het Beatrixziekenhuis. Het belangrijkste is dat we de krachten blijven bundelen om patiënten de beste zorg op de juiste manier te verlenen. Bijvoorbeeld door kennis uit te wisselen en samen op te trekken in de zorg voor de patiënt. Ook als die zorg complexer is of als de patiënt vervolgzorg nodig heeft, staan we voor patiënten klaar. Dit is mogelijk als onderdeel van Rivas Zorggroep en door de nauwe samenwerking met onze collega’s in het Albert Schweitzer ziekenhuis.’  

Toekomst
Een ander mooi resultaat van de samenwerking met huisartsen is de ziekenhuisverplaatste zorg. ‘Kortweg, zorg bij de huisarts als het kan en in het ziekenhuis als het moet. Ik ben van mening dat we daar mee moeten doorgaan. Heel veel vormen van zorg, begeleiding en behandeling kan de patiënt prima krijgen bij de huisarts in de praktijk. Ik voorzie dat specialisten of nurse practitioners een dag in de week in de huisartsenpraktijk zijn om die zorg mede te verlenen. Het is de toekomst.’
Is er nog iets anders dat Paul, met het oog op de toekomst, gezegd wil hebben? ‘Zeker. Preventie is van cruciaal belang. Het voorkomen van grote, onnodige gezondheidsproblemen bij inwoners van de regio, is belangrijk. Het is niet alleen onze verantwoordelijkheid, maar we mogen onze ogen er niet voor sluiten. ’

Groot werkplezier
Met een goed gevoel blikt Paul terug op wat de vakgroep heeft neergezet. Bijvoorbeeld met de poli’s voor atriumfibrilleren en harfalen, de samenwerking met de cardiologen van het Albert Schweitzer bij de dotterbehandelingen en de goede bereikbaarheid voor huisartsen door telefoonnummer 4400. ‘Met ontzettend veel plezier heb ik hier gewerkt. Er hangt in het Beatrixziekenhuis een sfeer van aanpakken in het belang van de patiënt. Ik heb een heel mooie tijd gehad in dit ziekenhuis. Ik heb alle vertrouwen in de zes cardiologen die als vakgroep samen verder gaan.’

En nu?
Paul zal het contact met zijn patiënten zeker gaan missen. Logisch, sommigen behandelde hij ruim 20 jaar. Of hij op 30 augustus zijn witte jas voorgoed uittrekt? ‘Ik ben al gepolst door collega’s in het land met precies deze vraag. Een kant-en-klaar antwoord heb ik nog niet. Sinds januari heb ik het werk rustig afgebouwd voor een ‘zachte landing’. Ik ga zeker niet stilzitten; ik moet bezig blijven.’

Geef een reactie